Geschiedenis

Geschiedenis van Gonga

Hoge HoedKees van den Buys alias De Busker, was de oprichter van de goochelclub Gonga. Kees genoot als goochelende clown een grote bekendheid in de regio Breda, en ver daarbuiten. Hij had echter een handicap, hij had geen rijbewijs, en geen auto. Voor elk optreden moest hij dus gehaald en gebracht worden. De grootste truc van Kees was zijn bagage. Omdat hij geen auto had maakte hij op meesterlijke wijze al zijn attributen zo, dat alles demontabel was.
Eén grote koffer daar zat alles in. Kostuum, goocheltrucs, 2 goocheltafeltjes, en schmink. Als Kees alles had uitgepakt en opgesteld dan stonden de mensen stom verhaast te kijken, hoe dat alles uit één koffer kon komen. Met dat alles vulde hij ruim 1 1/2 uur. Toen Kees nog op oudere leeftijd zijn rijbewijs haalde, en een auto aanschafte bleef hij zijn principe van alles in één kof­fer trouw. Kees stond bekend om zijn gouden hand­jes, wat zijn ogen zagen, dat maakte zijn handen. Letterlijk, maar dan ook letterlijk alles maakte hij feilloos na. Als hij een bezoek aan een dealer of con­gres had gebracht, dan waren wat vlugge krabbels genoeg om meteen een exacte kopie te maken van wat hij gezien had. Enkele weken later stonden die dan te pronken in zijn ‘ateliertje’ zoals hij zijn hobbykamer noemde.
Op zijn kleine draaibankje was hij ( net als Eddy Taytelbaum) een ware meester. Van gulden, tot rijksdaalder, met twee maal kop of twee maal munt, vouw- munten fiches, het was voor Kees allemaal een koud kunstje. Tientallen goochelaars bezitten dan ook nog een of ander creatie van zijn hand in hun verzameling. Kees die als voorzitter geen enkele bijeenkomst van Gonga oversloeg, werd op latere leeftijd getroffen door een hersenbloeding, en zijn motoriek en zijn spraak was hij toen even kwijt, wat erg aan hem knaagde.
Onder zijn motto: “als ik niet kan lopen, dan kruip ik maar”, bezocht hij (gehaald en gebracht door een colle­ ga) toch steeds de club bijeenkomsten. Op het laatst kon hij zich zeer weer een beetje verstaanbaar maken, en een zelfgemaakt trucje laten zien. Een jaar voor zijn dood werd Kees, op voordracht van het bestuur van Gonga, geridderd tot Lid in de orde van Oranje Nassau, voor alles wat hij voor de goochelarij had gedaan, en voor Gonga in het bijzonder.

Cajari

Ontstaan en geschiedenis van de goochelkunst

Oudste goochelwinkelHet ontstaan van het goochelen als podiumkunst is niet geheel duidelijk. De meest gangbare theorie is dat het goochelen is uitgevonden door sjamanen die middels het uitvoeren van illusies hun macht binnen de gemeenschap wilden vergroten. Het gebruik van illusies wordt overigens tot op heden nog vaak gebruikt door charlatans die beweren bovennatuurlijke krachten te bezitten.

De goochelkunst zoals we die nu kennen is ontstaan rond de achttiende eeuw. Het is niet toevallig dat rond deze tijd tevens de esoterische filosofie zeer populair was. Er zijn verschillende parallellen met de esoterie en het goochelen. Beiden houden vast aan een strikte geheimhouding en lidmaatschap tot esoterische genootschappen en goochelclubs is aan voorwaarden verbonden. Het goochelen heeft zich los van de esoterie ontwikkeld en is in de negentiende eeuw tot een volwaardige podiumkunst verworden.

Goochelaars bedenken hun trucs vaak zelf maar deze zijn ook te koop in speciale goochelwinkels.

Goochelkunst in Nederland

In Nederland bestaan ongeveer 25 goochelverenigingen. De overkoepelende organisatie voor Nederlandse goochelaars is de Nederlandse Magische Unie (NMU), die onder meer jaarlijkse goochelcongressen organiseert, waaraan ook veel buitenlanders deelnemen. Tijdens die congressen worden tevens de Nederlandse Kampioenschappen Goochelen gehouden. Ook worden jeugdcongressen georganiseerd, met hun eigen (jeugd)kampioenschappen.

nmuDe NMU is de opvolger van de NBG (Nederlandse Bond van Goochelaars) die kort na de Tweede Wereldoorlog was opgericht door onder meer Henk Vermeyden. Voor die tijd bestond er geen organisatie voor goochelaars in Nederland. Men ging toen naar Duitsland en andere landen voor nieuwe inspiratie en nieuw materiaal. Maar sinds de NBG zijn de ontwikkelingen hard gegaan. Al in 1950 won Fred Kaps zijn eerste wereldtitel, bij het FISM-congres in Barcelona, later gevolgd door nog twee wereldtitels (1955 en 1961). Richard Ross won twee keer (1970 en 1973). Eén keer wonnen Tonny van Dommelen (1958),Ger Copper (1979) en Harry Thiery (1967) een wereldtitel. De laatst bejubelde Nederlandse goochel-wereldkampioenen (2000) waren Scott Magician & Muriel, met een combinatie van goochelillusies, slapstick-comedy en ‘physical comedy’. In 2003 vond het driejaarlijkse FISM-congres plaats in Den Haag.

De NMU geeft een tijdschrift uit, getiteld Informagie, de opvolger van Hocus…de Informagie is na vele jaren van een papieren magazine naar een digitaal magazine overgegaan!